De meest opvallende kapsels in de hockeywereld door de jaren heen
Begin van de haarrevolutie
Hockeysters weten sinds de allereerste wereldkampioenschappen dat een kapsel niet alleen een look is, maar een statement. De eerste foto’s laten vrouwen zien met strak gevlochten staarten, bijna militaristisch, want elk haar dat afhangt werd gezien als een potentiële afleiding.
Jaren ’80: De permanente knot
Look: de permanente knot werd het kenmerk van elke verdediger. Een knoop die langer hield dan de speeltijd zelf, zodat de scheidsrechter zich niet kon bemoeien. Het was een kwestie van discipline; een knoop die nooit loskwam, net als de verdediging.
Jaren ’90: Vleugels en neon
Hier is waarom de jaren ’90 gekkenwerk leverden. Neonroze scrunchies, glanzende vleugels die in de spiegeling van het ijs dansten. Het was een tijd waarin elke aanvaller een kleurplaat meebracht, en de scheidsrechters zelfs even moesten knipperen.
2000‑2010: De strakke bob
And here is the deal: de bob werd de universele maat. Kort, strak en praktisch. Het maakte het makkelijker om de bal te volgen, minder windweerstand en – geloof me – minder tijd voor een kapsalon. Een bob die elke club liet geloven dat ze de modernste zijn.
2010‑2020: Korte pixie en kleurblokken
De pixie viel als een bliksemflits. Korte, pittige stukken die een agressieve vibe gaven. Vervolgens kwamen de kleurblokken – een schotsje roze naast een paarje blauw. Niet alleen een modekeuze, maar een psychologische ‘do not disturb’ signaal naar de tegenstanders.
2020 tot nu: Functionele dreadlocks en sportieve topknot
Vandaag zie je op het ijs dreadlocks die samengebonden zijn met elastische banden, een hybride van expressie en functionaliteit. De topknot krijgt een sportieve twist, met een klein sportbandje eromheen voor extra grip. En als je het echt wilt laten spreken, gooi er een subtiele hockeyolympischspelendames.com patch op het achterhoofd bij.
Zo, pak nu je eigen look, experimenteer met een sportieve knot en laat het ijs zien.
